gebruiken

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·brui·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gebruiken
gebruikte
gebruikt
volledig

Werkwoord

gebruiken

  1. zich bedienen van, nuttigen, toepassen.
    Piet gebruikte een ladder om op het dak te komen.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen