benut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·nut

Werkwoord

vervoeging van
benutten

benut

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van benutten
  2. gebiedende wijs van benutten
  3. voltooid deelwoord van benutten

Deelwoord

bevestigend
deelwoord
ontkennend
deelwoord
onverbogen benut onbenut
verbogen benutte onbenutte
vervoeging van
benutten

benut voltooid deelwoord van benutten

  1. vormt de voltooide tijden
    Hij heeft zijn kans benut.
  2. vormt de lijdende vorm
    De bestaande wetgeving wordt niet ten volle benut.
    De ruimte in deze kamer wordt optimaal benut.
    De coupons kunnen uitsluitend benut worden tijdens de openingstijden.
  3. attributief gebruikt
    Het team kwam na rust gelijk door een benutte strafschop.
  4. als naamwoordelijk deel van het gezegde gebruikt
    Elke ruimte is benut.
    Het volledige subsidiebedrag is benut om het project van de grond te krijgen.