gebed
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·bed
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van bidden met het voorvoegsel ge-.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gebed | gebeden |
| verkleinwoord | gebedje | gebedjes |
Zelfstandig naamwoord
gebed o
- het bidden.
- Het gebed was van korte duur, zodat het eten niet koud werd.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. het bidden
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Angelsaksisch
Uitspraak
- IPA: /jeˈbed/
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| ġebed | ġebedu |
Zelfstandig naamwoord
ġebed o
- gebed
- «Hie to gebede feollon.»
- Zij vielen op hun knieën ten gebede.
- «Hie to gebede feollon.»