flora

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /floˈrɑ/
Woordafbreking
  • flo·ra
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord flora flora's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

flora v

  1. het plantenrijk in een bepaalde streek of periode.
    Madagascar heeft een ontzettend rijke flora, met vele soorten die enkel daar voorkomen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

enkelvoud meervoud
flora florae
floras

Zelfstandig naamwoord

flora

  1. flora



Zweeds

Zelfstandig naamwoord

flora g

  1. flora
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   flora     floran     floror     flororna  
genitief   floras     florans     florors     florornas  
Persoonlijke instellingen