film

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Lettergrepen
  • film
1,2,4,5 enkelvoud meervoud
naamwoord film
verkleinwoord
3 enkelvoud meervoud
naamwoord film films
verkleinwoord filmpje filmpjes

Zelfstandig naamwoord

film m

  1. een dunne laag.
    De film van olie op het water gaf een regenboogeffect.
  2. een dun en oprolbaar medium om beelden op te nemen in een camera.
    Met de opkomst van de digitale camera wordt er steeds minder film verkocht.
  3. een opname van bewegende beelden die een verhaal vertelt.
    "Stuart Little" is een bekende film.
  4. de filmindustrie.
    Werkt hij niet voor de film?
  5. een vastgelegd bewegend beeld in een medium.
    Heb je dat op film? Ja, het staat hier op de harde schijf.

Meer informatie

Werkwoord

film

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd en gebiedende wijs van filmen.


Indonesisch

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

film

  1. film


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

film m

  1. film
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen