eigen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van Oudnederlands *eigan, voltooid deelwoord van het werkwoord *eigan ('bezitten'), van Germaans *aiganan.
stellend
onverbogen eigen
verbogen eigen
partitief eigens

Bijvoeglijk naamwoord

eigen

  1. op zichzelf betrekking hebbend
    Eigen huis.
    Vakantie in eigen land.
  2. typisch (voor)
    Experimenteren is eigen aan de leeftijd.
    Iedere streek heeft iets eigens.
Opmerkingen
  • Net als voltooide deelwoorden op -en krijgt "eigen" geen buigings-e als bijvoeglijk naamwoord, gesubstantiveerd kan het dat wel krijgen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
eigenen

eigen

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eigenen
    Ik eigen.
  2. gebiedende wijs van eigenen
    Eigen!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eigenen
    Eigen je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen