eigenen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ei·ge·nen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| eigenen |
eigende |
geëigend |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
eigenen
- (wederkerend) zich ~ tot geschikt zijn voor iets, zich lenen voor
- Dat gereedschap eigent zich niet daartoe.
- Het tegenwoordige gebruik van zich eigenen in de zin van: geschikt zijn, zich lenen voor, en van geëigend zijn voor: geschikt, is als germanisme te beschouwen (wnt) !
- eigenen bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)