dragen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dra·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dragen
'dra.ɣə(n)
droeg
drux
gedragen
ɣə'dra.ɣə(n)
klasse 6 volledig

Werkwoord

dragen

  1. (overgankelijk) al van de vloer houdend vervoeren
    Hij droeg de slapende baby naar zijn bedje.
  2. (overgankelijk) een kledingstuk of sieraad aanhebben
    Zij droeg een prachtige lichtblauwe jurk en een halsketting met diamanten.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.


Zweeds

Woordafbreking
  • dra·gen

Werkwoord

dragen

  1. voltooid deelwoord van dra