overdragen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·dra·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overdragen
droeg over
overgedragen
klasse 6 volledig

Werkwoord

overdragen

  1. (ditransitief) in handen van een andere partij geven
    De verantwoordelijkheid daarvoor werd overgedragen aan de nieuwe beheerder.
Vertalingen