crimineel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- cri·mi·neel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | crimineel | criminelen |
| verkleinwoord | crimineeltje | crimineeltjes |
Zelfstandig naamwoord
crimineel m
- (juridisch) iemand die de wet breekt
- De politie heeft een aantal zware criminelen van hun bed gelicht.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen
1. iemand door zich onderhoudt door de wet te breken
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | crimineel | crimineler | crimineelst |
| verbogen | criminele | criminelere | crimineelste |
Bijvoeglijk naamwoord
crimineel
- met betrekking tot misdaad, misdadig
- Na zijn vrijlating begaf hij zich weer in het criminele circuit.
- Het onderzoek toont dat meisjes steeds crimineler worden.
- strafrechtelijk
- (informeel) (verouderd) geweldig, buitengewoon
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.