misdadiger
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Uitspraak
Woordafbreking
- mis·da·di·ger
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | misdadiger | misdadigers |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
mísdadiger
- iemand die daden pleegt die een ernstig vergrijp tegen de wet vertegenwoordigen.
Vertalingen
1. iemand die daden pleegt die een ernstig vergrijp tegen de wet vertegenwoordigen
Bijvoeglijk naamwoord
misdádiger
- onverbogen vorm van de vergrotende trap van misdadig