complement

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·ple·ment
enkelvoud meervoud
naamwoord complement complementen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

complement

  1. (medisch) aanvulling
  2. (wiskunde) die hoek die toegevoegd aan de gegeven hoek een rechte hoek maakt
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen