aanvulling

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·vul·ling

Zelfstandig naamwoord

aanvulling v

  1. het aanvullen.
  2. het bijgevoegde.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen