compleet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- com·pleet
Woordherkomst en -opbouw
- afgeleid via het Franse complet ontleend aan het Latijnse complētus (‘volkomen, volledig’) en dat weer van plēre (vullen) met het voorvoegsel com- [1]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | compleet | completer | compleetst |
| verbogen | complete | completere | compleetste |
Bijvoeglijk naamwoord
compleet
- volledig, voltallig
- U kunt nu het complete album in de winkel kopen.
- compleet bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. volledig, voltallig