aanvullen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- aan·vul·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aanvullen |
vulde aan |
aangevuld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aanvullen
- het ontbrekende bijvoegen