evenaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram) évenaar

evenáár

Woordafbreking
  • eve·naar
enkelvoud meervoud
naamwoord evenaar evenaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

evenaar m

  1. (aardrijkskunde) een denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt
    Bij het voor het eerst passeren van de evenaar werden passagiers aan boord van schepen met Neptunus geconfronteerd.
  2. (verouderd) (1811) [1]: dat wat gelijk van gewicht is, evenwicht.
    ..die den evenaar van de fransche en spaansche Mogentheden noode zagen overslaan. -- Hooft
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
evenaren

evenáár

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van evenaren
    Ik evenáár.
  2. gebiedende wijs van evenaren
    Evenáár!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van evenaren
    Evenáár je?
Verwijzingen
  1. Nederduitsch taalkundig woordenboek. P. Weiland 1807-1811