bewijs

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·wijs
enkelvoud meervoud
naamwoord bewijs bewijzen
verkleinwoord bewijsje bewijsjes

Zelfstandig naamwoord

bewijs o

  1. datgene wat de juistheid van een bewering onweerlegbaar vast (kan) leggen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • iets met bewijzen staven
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bewijzen

bewijs

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewijzen
    Ik bewijs.
  2. gebiedende wijs van bewijzen
    Bewijs!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewijzen
    Bewijs je?

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen