identiteitsbewijs

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • iden·ti·teits·be·wijs
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord identiteitsbewijs identiteitsbewijzen
verkleinwoord identiteitsbewijsje identiteitsbewijsjes

Zelfstandig naamwoord

identiteitsbewijs o

  1. een document waaruit de identiteit van iemand blijkt
    Zij moesten hun identiteitsbewijzen tonen.
Vertalingen

Meer informatie