beweeglijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·weeg·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van de stam van bewegen met het achtervoegsel -lijk.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beweeglijk beweeglijker beweeglijkst
verbogen beweeglijke beweeglijkere beweeglijkste
partitief beweeglijks beweeglijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

beweeglijk

  1. met gemak bewegend
    De krasse bejaarde is nog steeds zo energiek en beweeglijk als een achttienjarige.
Schrijfwijzen
  • 'beweeglijk' en 'bewegelijk' zijn gelijkwaardige varianten.
Vertalingen