veranderen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| veranderen | veranderd |
| verandering | |
Uitspraak
- Geluid: veranderen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- ver·an·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| veranderen |
veranderde |
veranderd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
veranderen
- (overgankelijk) zodanig aan iets werken of iets behandelen dat het anders wordt
- We hebben daarna de procedure grondig veranderd.
- (wederkerend) zich ~ - zodanig aan zichzelf werken of zichzelf behandelen dat men anders wordt
- Zich te veranderen is een moeilijke zaak.
- (ergatief) het proces van anders worden
- Het weer veranderde plotseling.
Synoniemen
- [1] wijzigen
Vertalingen
1. zodanig aan iets werken of iets behandelen dat het anders wordt
|
2. zodanig aan zichzelf werken of zichzelf behandelen dat men anders wordt
|