veranderen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·an·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
veranderen
veranderde
veranderd
zwak -d volledig

Werkwoord

veranderen

  1. (overgankelijk) zodanig aan iets werken of iets behandelen dat het anders wordt.
    We hebben daarna de procedure grondig veranderd.
  2. (wederkerend) zich ~ - zodanig aan zichzelf werken of zichzelf behandelen dat men anders wordt.
    Zich te veranderen is een moeilijke zaak.
  3. (ergatief) het proces van anders worden.
    Het weer veranderde plotseling.
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen