beschuldigen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: beschuldigen (hulp, bestand)
- IPA: /bə'sxʌldəgə/
Woordafbreking
- be·schul·di·gen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beschuldigen |
beschuldigde |
beschuldigd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beschuldigen
- (overgankelijk) iemand de schuld geven van iets
- Ik beschuldig hem van deze misdaad.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. iemand de schuld geven van iets
Duits
Werkwoord
beschuldigen