-ig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Huidig
bestand
446
Woordafbreking
  • -ig
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Oudnederlandse -ag, -ig, van het Proto-Germaanse *-agaz, *-īgaz, *-ugaz, elk een variant van het gemeenschappelijke achtervoegsel *-gaz [1]

Achtervoegsel

-ig [2]

  1. vormt een bijvoeglijk naamwoord uit zelfstandige naamwoorden of werkwoorden
  2. indien toegevoegd aan een zelfstandig naamwoord voorafgegaan door een bijvoeglijk naamwoord dat het zelfstandig naamwoord beschrijft (bv. roodharig, dikhuidig, tweebenig)
Verwante begrippen
Hyponiemen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal