aanklagen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
aanklagen aanklagend
aanklacht aangeklaagd
aanklager
aangeklaagde
Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·kla·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van klagen met het voorvoegsel aan-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanklagen
klaagde aan
aangeklaagd
zwak -d volledig

Werkwoord

aanklagen

  1. (overgankelijk), (juridisch) iemands handelingen bij een gerechtelijke instantie aanhangig maken.
Vertalingen