schuld
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schuld
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schuld | schulden |
| verkleinwoord | schuldje | schuldjes |
Zelfstandig naamwoord
- een geldbedrag dat ondanks de verplichting daartoe niet betaald wordt
- Hij zit zwaar in de schulden.
- een verantwoordelijkheid die iemand wordt toegeschreven voor een laakbare gebeurtenis of toestand
- Hij kreeg de schuld voor de neergang van het bedrijf.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een geldbedrag dat ondanks de verplichting daartoe niet betaald wordt
2. een verantwoordelijkheid die iemand wordt toegeschreven voor een laakbare gebeurtenis of toestand