basketbal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bas·ket·bal
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | basketbal | basketballen |
| verkleinwoord | basketballetje | basketballetjes |
Zelfstandig naamwoord
basketbal
- o (sport) een sport gespeeld door twee teams van vijf spelers die punten scoren door een bal in de korf van de tegenstander te gooien
- m bal voor het spelen van basketbal.
Afgeleide begrippen
- basketbalcompetitie, basketbalfederatie, basketbalploeg, basketbalspeler, basketbalveld, basketbalwedstrijd
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een sport gespeeld door twee teams van vijf spelers die punten scoren door een bal in de korf van de tegenstander te gooien
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.