bajonet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ba·jo·net
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bajonet | bajonetten |
| verkleinwoord | bajonetje | bajonetjes |
Zelfstandig naamwoord
- een steekwapen bovenop de loop van een geweer
- De meeste doden vallen door de kogels uit het geweer, niet voor de bajonet op het geweer.
Vertalingen
1. een steekwapen bovenop de loop van een geweer