ananas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een ananas.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·nas
enkelvoud meervoud
naamwoord ananas ananassen
verkleinwoord ananasje ananasjes

Zelfstandig naamwoord

ananas v/m

  1. (fruit) Ananas sativus Wikispecies-logo-en.png, een vrucht van de ananasplant
    In de groentewinkel worden sinds kort ook ananassen verkocht.
  2. (plantkunde) een uit Zuid-Amerika afkomstige plant van de soort Ananas sativus Wikispecies-logo-en.png
Vertalingen

Meer informatie


Bosnisch

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·na·nas
Naar frequentie 13645
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ananas     ananassen
ook: ananasen  
  ananas
ananasser  
  ananassene
ananaserne  
genitief   ananas'     ananassens
ook: ananasens  
  ananas'
ananassers  
  ananassenes
ananasernes  

Zelfstandig naamwoord

ananas, g

  1. (fruit), (plantkunde) Ananas sativus Wikispecies-logo-en.png, ananas

Zelfstandig naamwoord

ananas

  1. nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht meervoud van ananas
Schrijfwijzen


Fins

Zelfstandig naamwoord

ananas

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Frans

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Italiaans

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Kroatisch

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·nas
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Guarani
Naar frequentie 15601
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ananas     ananasen     ananaser     ananasene  
genitief   ananas'     ananasens     ananasers     ananasenes  

Zelfstandig naamwoord

ananas, m

  1. (fruit), (plantkunde) Ananas sativus Wikispecies-logo-en.png, ananas


Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·na·nas
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Guarani
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ananas     ananasen     ananasar     ananasane  

Zelfstandig naamwoord

ananas, m

  1. (fruit), (plantkunde) Ananas sativus Wikispecies-logo-en.png, ananas
Hyperoniemen


Pools

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Turks

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·nas
enkelvoud meervoud
nominatief   ananas     ananaslar  
genitief   ananasın     ananasların  
datief   ananasa     ananaslara  
accusatief   ananası     ananasları  
locatief   ananasta     ananaslarda  
ablatief   ananastan     ananaslardan  

Zelfstandig naamwoord

ananas

  1. (fruit) ananas
  2. (plantkunde) ananas, ananasplant


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·nas
Naar frequentie 15714
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ananas     ananasen     ananas
ananaser
ananasfrukter  
  ananaserna
ananasen  
genitief   ananas     ananasens     ananas
ananasers
ananasfrukters  
  ananasernas
ananasens  

Zelfstandig naamwoord

ananas, g

  1. (fruit), (plantkunde) ananas

Zelfstandig naamwoord

ananas

  1. genitief onbepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van ananas

ananas

  1. nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht meervoud van ananas
Schrijfwijzen

ananas

  1. genitief onbepaald gemeenschappelijk geslacht meervoud van ananas
Schrijfwijzen