ananas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een ananas.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·nas
enkelvoud meervoud
naamwoord ananas ananassen
verkleinwoord ananasje ananasjes

Zelfstandig naamwoord

ananas v/m

  1. (fruit) Ananas sativus, een vrucht van de ananasplant
    In de groentewinkel worden sinds kort ook ananassen verkocht.
  2. (plantkunde) een uit Zuid-Amerika afkomstige plant van de soort Ananas sativus
Vertalingen

Meer informatie


Bosnisch

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Deens

Zelfstandig naamwoord

ananas g

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Fins

Zelfstandig naamwoord

ananas

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Frans

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Italiaans

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Kroatisch

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·nas
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Guarani.

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (plantkunde), (fruit) ananas
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ananas     ananasen     ananaser     ananasene  
genitief   ananas'     ananasens     ananasers     ananasenes  
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·nas
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Guarani.

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (plantkunde), (fruit) ananas
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ananas     ananasen     ananasar     ananasane  
genitief                
Synoniemen
Hyperoniemen


Pools

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

ananas m

  1. (fruit), (plantkunde) ananas


Turks

Woordafbreking
  • ana·nas
enkelvoud meervoud
nominatief   ananas     ananaslar  
genitief   ananasın     ananasların  
datief   ananasa     ananaslara  
accusatief   ananası     ananasları  
locatief   ananasta     ananaslarda  
ablatief   ananastan     ananaslardan  

Zelfstandig naamwoord

ananas

  1. (fruit) ananas
  2. (plantkunde) ananas, ananasplant


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

ananas g

  1. (fruit), (plantkunde) ananas
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ananas     ananasen     ananaser, ananas     ananaserna, ananasen  
genitief   ananas     ananasens     ananasers, ananas     ananasernas, ananasens