graaf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • graaf
enkelvoud meervoud
naamwoord graaf graven
verkleinwoord graafje graafjes

Zelfstandig naamwoord

graaf m

  1. (leenstelsel), (adel) geschiedkundige term voor een landsheer, oorspronkelijk belast met de rechtspraak in een gebied, later wordt de titel verzelfstandigd tot een aanduiding van de heerser in een graafschap, één rang lager dan markies
Opmerkingen
Hyponiemen

(*) geen adel

Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord graaf grafen
verkleinwoord graafje graafjes

Zelfstandig naamwoord

graaf m

6n-graf.svg
  1. (wiskunde) een verzameling punten, knopen genoemd, waarvan sommige verbonden zijn door lijnen, de zijden, kanten of takken
    (elektrotechniek) Een elektrisch netwerk is een voorbeeld waar de theorie van de gerichte grafen kan worden toegepast.
Opmerkingen
  • Afhankelijk van de toepassing kunnen de lijnen gericht zijn, dan worden ze ook wel pijlen genoemd, men spreekt dan van een gerichte graaf of digraaf (directed of directioneel).
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
graven

graaf

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van graven
    Ik graaf.
  2. gebiedende wijs van graven
    Graaf!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van graven
    Graaf je?

Meer informatie


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
graaf
gegrawe
volledig

Werkwoord

graaf

  1. graven
Synoniemen
enkelvoud meervoud
naamwoord graaf grawe

Zelfstandig naamwoord

graaf

  1. (leenstelsel), (adel) graaf