Macedonië

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

demoniem
inwoner Macedoniër
inwoonster Macedonische
bijvoeglijk Macedonisch
Uitspraak
Woordafbreking
  • Ma·ce·do·nië
enkelvoud meervoud
naamwoord Macedonië -
verkleinwoord - -

Eigennaam

Macedonië o

  1. historisch Grieks koninkrijk
  2. de grootste regio van Griekenland
  3. (land) land in de Balkan
Verwante begrippen
Landen in Europa in het Nederlands
AlbaniëAndorraArmeniëAzerbeidzjanBelgiëBosnië en HerzegovinaBulgarijeDenemarkenDuitslandEstlandFinlandFrankrijkGeorgiëGriekenlandHongarijeIerlandIJslandItaliëKazachstanKroatiëLetlandLiechtensteinLitouwenLuxemburgMacedoniëMaltaMoldaviëMonacoMontenegroNederlandNoorwegenOekraïneOostenrijkPolenPortugalRoemeniëRuslandSan MarinoServiëSloveniëSlowakijeSpanjeTsjechiëTurkijeVaticaanstadVerenigd KoninkrijkWit-RuslandZwedenZwitserland
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen