å

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Aa, à, á, ä, â, ā, æ, ǽ, ǣ, А, а, Α, α, ɑ, @

Universeel

Stor Å og liten å (letter).
De grote Å en de kleine å (letter).

Letter

å

  1. diakritische uitbreiding van de eerste letter van het Latijnse alfabet (a) met een corona.
Verwante begrippen



Meer informatie


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • å
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   å     åen     åer     åerne  
genitief   ås     åens     åers     åernes  

Zelfstandig naamwoord

å, g

  1. stroom, traag stromende, relatief brede en ondiepe waterloop, kleiner dan een rivier
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Noors

En å.
Een beek.
Uitspraak
Woordafbreking
  • å
Woordherkomst en -opbouw
  • Tussenwerpsel: afkomstig van het Oudnoorse woord ó
  • Voorzetsel: afkomstig van het Oudnoorse woord at
  • Zelfstandig naamwoord: afkomstig van het Oudnoorse woord á
Naar frequentie 14

Tussenwerpsel

å

  1. oh
    «Å, så stor du er blitt!»
    O, wat ben je groot geworden!

Voorzetsel

å

  1. te (in combinatie met een infinitief)
    «Er det viktig å spise mindre fett?»
    Is het belangrijk om minder vet te eten?
Opmerkingen
  • Woordsoort in het Engels: particle
  • Woordsoort in het Noors: infinitivsmerke
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   å     å-en     å-er     å-ene  
genitief   å-s     å-ens     å-ers     å-enes  

Zelfstandig naamwoord

å, m

  1. (taalkunde) de negenentwintigste letter van het Noorse alfabet, klinker
Hyperoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • fra a til å
van A tot Z
m/v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   å     m: åen
v: åa]  
  åer     åene  
genitief   ås     m: åens
v: åas  
  åers     åenes  

Zelfstandig naamwoord

å, m/v

  1. beek


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • å
Woordherkomst en -opbouw
  • Tussenwerpsel: afkomstig van het Oudnoorse woord ó
  • Voorzetsel: afkomstig van het Oudnoorse woord at
  • Zelfstandig naamwoord: afkomstig van het Oudnoorse woord á

Voorzetsel

å

  1. te (in combinatie met een infinitief)
    «Å danse er morosamt.»
    Dansen is leuk.
Opmerkingen
  • Vaak onvertaald wanneer een gerundium
  • Woordsoort in het Engels: particle
  • Woordsoort in het Nynorsk: infinitivsmerke

Tussenwerpsel

å

  1. oh
    «Å nei, det kunne vel ikkje lykkast.»
    Oh nee, dat gaat niet lukken.
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   å     å-en     å-ar     å-ane  
genitief                        

Zelfstandig naamwoord

å, m

  1. (taalkunde) de negenentwintigste letter van het Noorse alfabet, klinker
Hyperoniemen
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   å     åa     åer     åene  
genitief                        

Zelfstandig naamwoord

å, v

  1. beek


Zweeds

  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   å     ån     åar     åarna  
genitief   ås     åns     åars     åarnas  

Zelfstandig naamwoord

å, g

  1. beek