zwerveling
Uiterlijk
- Geluid: zwerveling (hulp, bestand)
- IPA: / ˈzwɛrvəˌlɪŋ / (3 lettergrepen)
- zwer·ve·ling
- Naamwoord van handeling van zwerven met het achtervoegsel -ling met het invoegsel -e- [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zwerveling | zwervelingen |
| verkleinwoord | zwervelinkje | zwervelinkjes |
de zwerveling m
- iemand die zwerft
- Een vluchteling en een zwerveling zult gij op de aarde zijn.[2]
- Het woord zwerveling staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "zwerveling" herkend door:
| 73 % | van de Nederlanders; |
| 72 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ zwerveling op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Genesis 4:12
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ling in het Nederlands
- Invoegsel -e- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 73 %
- Prevalentie Vlaanderen 72 %