zwerveling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwer·ve·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwerveling zwervelingen
verkleinwoord zwervelinkje zwervelinkjes

Zelfstandig naamwoord

zwerveling m

  1. iemand die zwerft
    • Een vluchteling en een zwerveling zult gij op de aarde zijn.[2] 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Verwijzingen