zwelling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zwel·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zwelling zwellingen
verkleinwoord zwellinkje zwellinkjes

Zelfstandig naamwoord

zwelling v

  1. het zwellen
  2. gezwollen plek
    • Kanker uit zich soms in een zwelling. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie