zover

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·ver
Woordherkomst en -opbouw

Voegwoord

zover

  1. in die mate als
    • Voor zover ik weet zit er geen Pieter bij ons op school. 
Vertalingen

Bijwoord

zover

  1. tot het genoemde of bedoelde punt
    • Ben je nou al zover dat je weg kunt gaan? 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.