zopas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·pas
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

zopas

  1. een korte tijd geleden, daarnet, daarstraks, juist, net, zo-even, zojuist, zonet.

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be