zomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: zoomen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zo·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zomen
zoomde
gezoomd
zwak -d volledig

Werkwoord

zomen

  1. van zomen voorzien
Anagrammen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

zomen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zoom