gezoomd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(heteroniem)

Woordafbreking
  • ge·zoomd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
zomen

gezoomd

  1. voltooid deelwoord van zomen

Werkwoord

vervoeging van
zoomen

gezoomd

  1. voltooid deelwoord van zoomen