zemen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·men
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van zeem met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zemen
/'zemə(n)/
zeemde
/'zemdə/
gezeemd
/ɣə'zemt/
zwak -d volledig

Werkwoord

zemen

  1. overgankelijk het droogwrijven van een pas gewassen glazen oppervlak met een stuk zeemleer
    • Hij zeemde de ruiten van zijn auto. 
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen zemen

Bijvoeglijk naamwoord

zemen

  1. van zeemleer vervaardigd
    • Heb je een zemen lap voor me? 

Zelfstandig naamwoord

zemen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zeem

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie