zegevierend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ge·vie·rend

Werkwoord

vervoeging van: zegevieren
verbogen vorm: zegevierende

zegevierend

  1. onvoltooid deelwoord van zegevieren
stellend
onverbogen zegevierend
verbogen zegevierende
partitief zegevierends

Bijvoeglijk naamwoord

zegevierend

  1. de overwinning behalend
    • Kerber (28) heeft na haar indrukwekkende triomf bij het Australian Open eind vorige maand in Melbourne niet veel meer gepresteerd. De nummer twee van de wereldranglijst verloor een partij in de Fed Cup tegen het zegevierende Zwitserland en meldde zich daarna wegens een dijbeenblessure af voor het toernooi in Dubai. [1] 
    • Bar en Boos heeft de popquiz 2017 van Borne gewonnen. Daarmee voltooide de gedoodverfde titelkandidaat haar trilogie. Dit vijftal bleek de vorige twee edities ook al over de meeste kennis van de pophistorie te beschikken. „,We pakten punten met vragen over oude hits van Luv en BZN. Daarmee hebben we denk ik dit keer het verschil gemaakt”, jubelde de teamcaptain van het zegevierende vijftal. [2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen