zeewezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·we·zen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeewezen -
verkleinwoord - -
enkelvoud meervoud
naamwoord zeewezen zeewezens
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zeewezen o

  1. al de maritieme zaken
    • Geïnteresseerden in het zeewezen zullen gesmuld hebben van de tv-documentaire over de duikexpeditie. 
    • Personeelsleden van het zeewezen zijn een stakingsactie begonnen. 
  2. een levensvorm die in zee voorkomt
    • Het is best mogelijk dat er nog fikse zeewezens in de diepe oceaan rondzwemmen waar wij geen weet van hebben. 
Vertalingen

Gangbaarheid