zeehoofd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·hoofd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zeehoofd zeehoofden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zeehoofd o

  1. pier of dijk die in zee uitsteekt
Vertalingen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders
57 % van de Vlamingen.