zedelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·de·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zedelijkheid zedelijkheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zedelijkheid v

  1. gedrag volgens geldende normen en waarden
    • Dit verstoot tegen de zedelijkheid. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be