winkeljuffrouw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • win·kel·juf·frouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord winkeljuffrouw winkeljuffrouwen
verkleinwoord winkeljuffrouwtje winkeljuffrouwtjes

Zelfstandig naamwoord

winkeljuffrouw v

  1. (beroep) een vrouw die beroepsmatig in een winkel, een supermarkt, een warenhuis of buiten werkt, met name klanten bedient, waren verkoopt of achter de kassa zit
    • Hij knevelde er de 21-jarige winkeljuffrouw en sleurde haar mee naar de voorraadkamer. Daar randde hij haar aan en gaf ze slagen en 18 messteken. [1] 
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Krant: Het Nieuwsblad van 18 oct 2006
    Dertig jaar cel voor moordpoging op winkeljuf