westzijde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • west·zij·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord westzijde westzijden
westzijdes
verkleinwoord westzijdetje westzijdetjes

Zelfstandig naamwoord

westzijde v / m

  1. de zijde die in het westen ligt.
    • Aan de westzijde van het bos bevindt zich een parkeerplaats. 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.