noordoostzijde
Uiterlijk
- Geluid: noordoostzijde (hulp, bestand)
- IPA: / nortˈo(st)sɛidə / (4 lettergrepen)
- noord·oost·zij·de
- samenstelling van noordoost en zijde
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | noordoostzijde | noordoostzijden noordoostzijdes |
| verkleinwoord | noordoostzijdetje | noordoostzijdetjes |
- de zijde die in het noordoosten ligt.
- Aan de noordoostzijde van het bos bevindt zich een parkeerplaats.
- Het woord noordoostzijde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.