werkloze

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • werk·lo·ze
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord werkloze werklozen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

werkloze

  1. iemand die geen betaald werk doet terwijl die persoon dat wel kan en wil doen.
    • Iemand die vrijwillig afziet van het doen van betaald werk is geen werkloze. 
     Mijn jongste zoon vraagt weleens plagend wie toch die werkloze zwerver is die een keer per jaar het vlees komt snijden.[1]

Bijvoeglijk naamwoord

werkloze

  1. verbogen vorm van de stellende trap van werkloos
Verwante begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be