wegwijzer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·wij·zer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wegwijzer wegwijzers
verkleinwoord wegwijzertje wegwijzertjes

Zelfstandig naamwoord

wegwijzer m

  1. Bord langs de weg dat de richting aangeeft waarheen je moet rijden.
    • Het verkeerd draaien van wegwijzers was een verzetsdaad in de Tweede-Wereldoorlog. 

Bijvoeglijk naamwoord

wegwijzer

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van wegwijs

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie