wegwijs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·wijs
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wegwijs wegwijzer wegwijst
verbogen wegwijze wegwijzere wegwijste
partitief wegwijs wegwijzers -

Bijvoeglijk naamwoord

wegwijs

  1. iemand wegwijs maken = iemand laten zien hoe iets nieuws gaat of werkt
    • Een nieuwe collega moet je eerst wegwijs maken in het bedrjf. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.