wegwijzers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·wij·zers

Zelfstandig naamwoord

wegwijzers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord wegwijzer

Bijvoeglijk naamwoord

wegwijzers

  1. partitief van de vergrotende trap van wegwijs