weerwolf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weer·wolf
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘mens die zich in wolf verandert’ voor het eerst aangetroffen in 1165 [1]
  • Samenstelling van weer (man) en wolf [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord weerwolf weerwolven
verkleinwoord weerwolfje weerwolfjes

Zelfstandig naamwoord

weerwolf m

  1. (mythologie) een mythisch wezen dat bij volle maan van mens in wolf verandert
    • In dit televisieprogramma delen een weerwolf, een vampier en een geest een huis. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen