wasdroger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • was·dro·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wasdroger wasdrogers
verkleinwoord wasdrogertje wasdrogertjes

Zelfstandig naamwoord

wasdroger m

  1. een toestel om de kleding die uit de wasmachine komt te drogen
    • De wasdroger is alweer kapot. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie